
Verhoging WMJL
Diverse politieke partijen pleitten al langer voor de verbetering van de koopkracht van Nederlanders vanwege de alsmaar stijgende kosten. Reden voor hen om ook het Wettelijk Minimum (Jeugd)loon (WMJL) te willen verhogen. Tijdens de behandeling van de Voorjaarsnota 2025 heeft het kabinet aangekondigd dat zij per 1 januari 2027 het WMJL voor jongeren van 16 tot en met 20 jaar aanzienlijk wil gaan verhogen. De minister van SZW ziet deze verhoging als een belangrijke stap voor jongeren om zelfstandig rond te kunnen komen en hiermee hun bestaanszekerheid te verbeteren. Door de instemming van zowel de Tweede als de Eerste Kamer met de Voorjaarsnota begin juli is de voorgestelde verhoging van het WMJL een definitief feit. Deze voorgestelde verhoging wordt momenteel officieel geregeld via een Algemene Maatregel van Bestuur (AmvB) en gaat in op 1 januari 2027.
Motie Dassen
Tijdens de behandeling van de Voorjaarsnota heeft Tweede Kamerlid Dassen (Volt) op 25 juni jl. een motie ingediend om de verhoging van het WMJL al op 1 januari 2026 in te laten gaan én om deze lonen nóg verder te verhogen dan het kabinet nu al van plan is. Deze motie is met een behoorlijke Kamermeerderheid (87 stemmen voor) aangenomen. Het (demissionaire) kabinet bekijkt nu op welke manier zij aan deze motie Dassen gevolg wil geven.
Wat vindt en doet ANKO
De ANKO is al langer van mening dat (aankomende) vakmensen een passende beloning verdienen én dat de beloning van kappers zo veel mogelijk moet kunnen concurreren met de beloning in vergelijkbare arbeidsintensieve branches. Dat is ook de reden waarom wij de afgelopen jaren stevige loonsverhogingen hebben doorgevoerd in de afgesloten cao’s. Ook in de (bijna definitieve) nieuwe cao (klik hier naar laatste cao-bericht) worden weer serieuze loonsverhogingen doorgevoerd en is al rekening gehouden met de stijging van het WMJL per 1 januari 2027. Wij realiseren ons maar al te goed dat deze verhogingen extra druk leggen op de (loon)kosten voor werkgevers in onze branche. Om deze reden pleiten wij al langer in onze gesprekken met politici en ambtenaren voor de vermindering van de regeldruk (reductie van kosten en risico’s) voor ondernemers, in het bijzonder de beperking van de alsmaar toenemende werkgeverslasten.
Hoewel we ons kunnen vinden in de door het kabinet voorgestelde en door zowel de Tweede als Eerste Kamer goedgekeurde verhoging van het WMJL per 1 januari 2027, zijn we het niet eens met de motie Dassen omdat deze het WMJL extra verhoogt én notabene een jaar eerder (per 1 januari 2026) invoert. Dit gaat ons te ver, zo stijgen de loonkosten voor werkgevers echt te hard. Reden voor ons om samen met MKB Nederland en andere branches deze extra verhoging van het WMJL (zo veel mogelijk) van tafel te krijgen of tenminste de invoering ervan per 1 januari 2026 uitgesteld te krijgen. Daarnaast zijn we ook doende om – waar mogelijk – in gezamenlijkheid de alsmaar stijgende totale loonkosten (vakantiegeld, bonussen, winstuitkeringen, premies voor werknemersverzekeringen (WW, WIA en Zvw), pensioen, opleidingskosten en ziektekosten) voor werkgevers, te verminderen en/of gecompenseerd te krijgen.
Bij onze contacten in Den Haag brengen we onder de aandacht dat de gevolgen van bovengenoemde maatregelen groot zijn voor werkgevers. Voor onze branche – waarin juist heel veel jonge (aankomende) vakmensen werkzaam zijn – geldt in het bijzonder dat met name de werkgevers zorgen voor lokale werkgelegenheid voor echte vakmensen en cruciaal zijn in het opleiden van nieuwe kappers in de praktijk. Dit is essentieel voor het voortbestaan van het kappersambacht en daarmee haar maatschappelijke bijdragen. Door het alsmaar blijven opleggen van onevenredige extra kosten wordt het hen onmogelijk gemaakt dit te kunnen blijven doen. Bovendien verslechtert hierdoor het gelijke speelveld tussen ondernemers met en zonder personeel nog verder en daar is onze branche niet bij gebaat!
Afschaffing BBL-kortingsstaffel
Om de BBL-leerweg te stimuleren, is enige tijd geleden het BBL-offensief gestart door de minister van onderwijs. In dit kader wil de minister de in 2017 ingevoerde kortingsstaffel op het WMJL voor BBL-ers afschaffen. Hierdoor gaan alle BBL-studenten minimaal het voor hun leeftijd geldende minimumloon verdienen. De minister verwacht dat dit meer zekerheid biedt en zo de instroom en het behoud van BBL-ers bevordert, met name in sectoren zonder gunstige cao-afspraken.
Wat vindt en doet ANKO
De BBL-leerling (en daarmee de BBL-leerweg) is vanwege de maximale praktijkcomponent favoriet in onze branche. Daarom zijn al in 2023 de toenmalige BBL-staffels in onzecao gelijkgetrokken met de schaal voor gediplomeerd kapper (junior stylist). Hiermee belonen we BBL-ers extra en onderstrepen we hun waarde: zij zijn onze belangrijkste, direct inzetbare, vakmensen van de toekomst. Zij zijn essentieel voor het kappersambacht omdat zij de basis vormen van de instroom van nieuwe vakmensen/werknemers en zorgen voor de continuïteit van onze branche.
Door het al eerder schrappen van de BBL-staffel in onze cao in 2023 heeft de voorgestelde afschaffing van de landelijke BBL-kortingsstaffel – zoals voorgesteld door de minister van onderwijs – op onze branche op zichzelf nu geen negatief effect.
Toch maken wij ons zorgen. Door de combinatie van de voorgenomen verhoging van het WMJL én de mogelijk daarbovenop komende extra en vervroegde verhoging via de motie Dassen, én de door de kappersbranche recentelijk al fors verhoogde BBL-beloningen dreigt de BBL-er toch wel heel snel extra-extra-duur te worden. We vrezen dat dit de bereidheid van leerbedrijven om BBL-leerlingen aan te nemen onder druk zet – en daarmee ook het aantal erkende leerbedrijven en leerwerkplekken, zeker bij een verslechterend economisch klimaat. Een dergelijk averechts effect zou desastreus zijn voor de BBL-leerweg, die juist voor ons ambacht en daarmee de continuïteit van de branche onmisbaar is. Daarom willen we voorkomen dat de kosten voor leerbedrijven nog verder oplopen, bijvoorbeeld door de mogelijkheid te behouden om BBL-leerlingen uit te zonderen van toekomstige verhogingen. Voor de cao hebben we dit deels zelf in de hand, maar voor het kabinetsbeleid niet. Reden temeer om ons hier fel tegen te (blijven) verzetten. Samen met MKB-Nederland en collega-branches strijden we daarom tegen de voorgenomen afschaffing van de BBL-kortingsstaffel door de minister van Onderwijs en blijven we streven naar (betere) beloningen of tegemoetkomingen voor het opleiden van nieuwe vakmensen (bijvoorbeeld door behoud en een verhoging van de Subsidie Praktijkleren maar ook het verkleinen van het verschil tussen bruto- en netto lonen, de zgn. wig).
Wordt vervolgd!