Prinsjesdag 2026: dit betekenen de kabinetsplannen voor de kappersbranche

Op Prinsjesdag heeft het kabinet de plannen voor 2027 bekendgemaakt. Maar meer dan in andere jaren is het op dit moment onzeker welke plannen uiteindelijk daadwerkelijk worden ingevoerd. Het kabinet heeft geen meerderheid in de Tweede én de Eerste Kamer en is voor de begrotingen en het Belastingplan afhankelijk van steun van andere partijen. De komende maanden moet die steun worden gevonden. Daarbij kunnen voorstellen nog worden aangepast, afgezwakt of helemaal van tafel verdwijnen.

De plannen die het kabinet op Prinsjesdag presenteerde, zijn daarom nadrukkelijk nog geen vaststaand beleid. De Tweede Kamer behandelt de plannen de komende periode, waarna ook de Eerste Kamer zich erover buigt. Vooral bij het Belastingplan 2027 geldt: pas als beide Kamers akkoord zijn, kunnen de meeste maatregelen per 1 januari 2027 ingaan. Dat maakt deze Prinsjesdag voor ondernemers extra onzeker. Tegelijkertijd biedt het politieke proces de komende maanden ruimte om plannen bij te stellen. ANKO zal die ruimte benutten om op te komen voor de belangen van kappers en kapsalons.

Gevolgen voor de kappersbranche

1. Verlaagd btw-tarief voor kappers blijft vooralsnog overeind.
Voor de kappersbranche is het belangrijkste nieuws dat het verlaagde btw-tarief op kappersdiensten in de plannen voor 2027 blijft staan. Het kabinet stelt op dit moment geen verhoging van het btw-tarief voor kappers voor. Dat is goed nieuws, maar nog geen 100 procent garantie. Tijdens de behandeling van het Belastingplan 2027 kunnen nog wijzigingen worden voorgesteld en aangenomen. Daarom blijven we alert en ons steeds inzetten voor het behoud van het lage btw-tarief en het belang daarvan voor onze branche onderbouwen met feiten. Dat blijft belangrijk, juist omdat het kabinet voor een aantal andere producten en diensten (bloemen en ballonvaart), het verlaagde btw-tarief wél wil afschaffen.

2. Minder regeldruk: mooie woorden, maar nu ook resultaat nodig.
Het kabinet zegt zich ook in 2027 te blijven inzetten voor het verminderen van de regeldruk voor ondernemers. ANKO vindt het goed dat dit opnieuw in de kabinetsplannen staat. Tegelijkertijd is dat inmiddels ook hard nodig. De afgelopen jaren heeft ANKO zich herhaaldelijk ingezet voor minder regels en minder verplichtingen voor ondernemers. Van een meetbare en merkbare vermindering van de regeldruk is wat ons betreft nog onvoldoende sprake. Voor ondernemers in de arbeidsintensieve kappersbranche is dat een groot probleem. Vooral werkgevers worden geconfronteerd met een stapeling van verplichtingen en risico’s, met name op het gebied van sociale zekerheid, arbeidsomstandigheden en re-integratie. Dat geldt extra voor kapsalons die ook leerbedrijf zijn en jonge mensen opleiden. Juist deze werkgevers zijn belangrijk voor de toekomst van onze branche. ANKO blijft daarom druk zetten op een daadwerkelijke vermindering van de regeldruk.

3. Hoger minimumjeugdloon.
Zoals al in eerdere ledenberichten aangekondigd, wordt het wettelijk minimumjeugdloon per 1 januari 2027 fors verhoogd. Door de verhoging van het wettelijk minimumjeugdloon wordt het voor werkgevers aanzienlijk duurder om jonge mensen via een bbl-opleiding op te leiden. Een bbl’er moet worden opgeleid, begeleid en krijgt tijd en ruimte om het vak te leren. Als het loon tegelijkertijd sterk stijgt en de korting voor bbl’ers verdwijnt, komt de betaalbaarheid van het opleiden van nieuwe kappers verder onder druk te staan. ANKO heeft de afgelopen periode herhaaldelijk aandacht gevraagd voor deze ontwikkeling. De inzet is inmiddels niet alleen gericht op het beperken van hogere werkgeverslasten, maar vooral op de vraag hoe we ervoor zorgen dat ondernemers bbl’ers kunnen blijven opleiden. Daarom blijft ANKO zich inzetten voor een goede compensatie van de hogere kosten voor het opleiden van bbl’ers, door een verhoging van de subsidie praktijkleren.

4. Compensatie transitievergoeding: afschaffing opnieuw uitgesteld.
Goed nieuws! De voorgenomen afschaffing van de compensatieregeling voor de transitievergoeding bij langdurige arbeidsongeschiktheid en bedrijfsbeëindiging wordt met een jaar uitgesteld tot 1 januari 2028. ANKO heeft zich samen met MKB-Nederland tegen de afschaffing van deze regeling uitgesproken. Het uitstel geeft werkgevers voorlopig meer zekerheid en ruimte. Tegelijkertijd blijft ANKO aandacht vragen voor de gevolgen van het uiteindelijk afschaffen van de regeling.

Lees eerder bericht over de compensatieregeling

5. Hogere Aof-premie voor werkgevers.
De Aof-premie voor werkgevers gaat omhoog. Voor kleine werkgevers stijgt de premie met 0,4 procentpunt naar 6,67% en voor grote werkgevers naar 8,05%. Onder kleine werkgevers vallen bedrijven met een premieplichtige loonsom van maximaal € 1.082.500 (grensbedrag 2024). Deze verhoging betekent opnieuw hogere werkgeverslasten. ANKO vindt het teleurstellend dat wederom werkgevers, die al met hoge arbeidskosten en veel verplichtingen te maken hebben, opnieuw met een lastenverzwaring worden geconfronteerd.

6. Hogere belastingvrije kilometervergoeding.
De maximale onbelaste kilometervergoeding wordt verhoogd van € 0,23 naar € 0,25 per kilometer. Werkgevers kunnen werknemers in 2027 dus maximaal € 0,25 per kilometer belastingvrij vergoeden voor zakelijke reizen.

7. Zelfstandigenaftrek en startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid verdwijnen.
Het kabinet schaft de zelfstandigenaftrek en de startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid af. De zelfstandigenaftrek is een bedrag dat IB-ondernemers onder voorwaarden van hun winst mogen aftrekken. Hierdoor betalen zij minder inkomstenbelasting. De startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid is een aanvullende fiscale regeling voor startende ondernemers die door een arbeidsongeschiktheidssituatie niet aan de normale voorwaarden voor de startersaftrek kunnen voldoen. Volgens het kabinet zijn beide regelingen negatief geëvalueerd en worden ze daarom afgeschaft.

8. Geen belastingvrije korting meer op branche-eigen producten.
Ook de gerichte vrijstelling voor branche-eigen producten wordt afgeschaft. Deze regeling maakte het onder voorwaarden mogelijk om werknemers belastingvrij korting te geven op producten uit de eigen branche. Voor een kapsalon kan dit bijvoorbeeld betekenen dat medewerkers niet langer onder deze regeling belastingvrij korting kunnen krijgen op haarproducten.

9. Deel bezuinigingen sociale zekerheid teruggedraaid.
Tot slot wordt een deel van de eerder voorgenomen bezuinigingen op de sociale zekerheid teruggedraaid.

ANKO blijft inzetten op wat voor de branche telt
De komende maanden behandelen de Tweede en Eerste Kamer de verschillende begrotingen en wetsvoorstellen. Daarbij kunnen de plannen nog veranderen. ANKO volgt daarom de voor onze branche belangrijke debatten over Onderwijs, Sociale Zaken, Economische Zaken en Financiën – waaronder het Belastingplan 2027 – op de voet. Waar mogelijk benutten we deze momenten om de belangen van kapperondernemers onder de aandacht te brengen.

Het belangrijkste aandachtspunt daarbij is de betaalbaarheid van het opleiden van bbl’ers. Vooral tijdens de behandeling van de Onderwijsbegroting blijft ANKO pleiten voor compensatie van de hogere kosten die ontstaan door de verhoging van het wettelijk minimumjeugdloon en het verdwijnen van de bbl-kortingsstaffel.
Lees meer over het wettelijk minimumjeugdloon en de toekomst van de bbl.

ANKO houdt de ontwikkelingen nauwlettend in de gaten en blijft zich inzetten voor de belangen van kappers en kapsalons. Wordt vervolgd!