Sinds onze laatste update over het wettelijk minimumjeugdloon (WMJL) en de BBL-kortingsstaffel hebben er opnieuw ontwikkelingen plaatsgevonden. Het ministerie van SZW heeft inmiddels de reacties – waaronder die van de ANKO – uit de internetconsultatie beoordeeld. Op basis hiervan wordt door het kabinet verder gewerkt aan de mogelijke invulling van de eerder aangekondigde maatregelen per 1 januari 2027. Op dit moment is nog niet alles definitief, maar duidelijk is wel dat het kabinet het verhogen van het WMJL en het afschaffen van de BBL-kortingsstaffel door wil zetten.
Het ministerie van SZW heeft inmiddels de reacties – waaronder die van de ANKO – uit de internetconsultatie beoordeeld. Op basis hiervan wordt door het kabinet verder gewerkt aan de mogelijke invulling van de eerder aangekondigde maatregelen per 1 januari 2027. Op dit moment is nog niet alles definitief, maar duidelijk is wel dat het kabinet het verhogen van het WMJL en het afschaffen van de BBL-kortingsstaffel door wil zetten. Zoals wij ook in ons vorige bericht aangaven, is de kans heel groot dat de verhoging per 1 januari 2027 daadwerkelijk wordt doorgevoerd. Er is namelijk al geruime tijd een brede meerderheid in de Tweede Kamer die voorstander is van deze maatregel. De verhoging is eerder door het kabinet aan de Kamer voorgelegd en bij de behandeling van de Voorjaarsnota 2025 goedgekeurd. Die politieke realiteit is sindsdien niet wezenlijk veranderd.
Ons advies als ANKO is dan ook om hier als werkgever alvast voorzichtig rekening mee te gaan houden in je voorbereidingen, budgettering en personeelsplanning voor het komende jaar!
Onze inzet
Als ANKO blijven wij ons, hoe klein de kans op bijsturing ook is, nadrukkelijk verzetten tegen de voorgenomen verhoging van het wettelijk minimumjeugdloon per 1 januari 2027. De loonkosten voor werkgevers blijven alsmaar stijgen, zonder dat daar een passende compensatie of tegemoetkoming tegenover staat, in het bijzonder voor arbeidsintensieve sectoren zoals de kappersbranche. Tegelijkertijd richten wij onze inzet nadrukkelijk op een ander, minstens zo belangrijk punt: een passende oplossing voor de steeds duurder wordende BBL-student. Juist hier ligt volgens ons het grootste knelpunt.
BBL-studenten zijn nog in opleiding en bevinden zich in een leerfase waarin zij intensieve begeleiding, tijd en financiële investering van het leerbedrijf vragen. Hun productiviteit en inzetbaarheid zijn nog in ontwikkeling en verschillen wezenlijk van die van vakvolwassen medewerkers. Wanneer deze studenten echter op hetzelfde beloningsniveau komen te liggen als gediplomeerde medewerkers van dezelfde leeftijd, ontstaat er een scheve en onwenselijke situatie.
De verwachting is dat erkende leerbedrijven daardoor eerder zullen kiezen voor een volledig inzetbare, gediplomeerde medewerker die direct omzet genereert en geen extra begeleiding vraagt. Dit vergroot het risico dat leerbedrijven minder of geen BBL-studenten meer aannemen en mogelijk zelfs stoppen met het opleiden van studenten, met directe gevolgen voor de instroom van nieuwe vakmensen in de branche.
Deze zorgen hebben wij inmiddels ook formeel onder de aandacht gebracht van de Raad van State in het kader van de adviesaanvraag over de voorgenomen maatregelen. In onze reactie hebben wij benadrukt dat de combinatie van het verhogen van het WMJL en het afschaffen van de BBL-kortingsstaffel leidt tot een forse en plotselinge stijging van de loonkosten voor erkende leerbedrijven. Daarbij hebben wij aangegeven dat dit niet alleen gevolgen heeft voor BBL-studenten, maar ook voor BOL-studenten, omdat zij ook afhankelijk zijn van voldoende stage- en leerwerkplekken. Een afname van leerbedrijven leidt direct tot minder opleidingsplaatsen en zet daarmee de instroom en continuïteit van het vak onder druk. Dit raakt bovendien de toegankelijkheid van het kappersvak voor jongeren die juist via leren in de praktijk een beroep willen en moeten leren. Het is dus van belang dat de voorgestelde maatregelen worden heroverwogen of dat er een structurele compensatie of tegemoetkoming komt om dit te kunnen ondervangen. Daarmee kunnen we voorkomen dat het opleiden van BBL-studenten financieel onhaalbaar wordt voor leerbedrijven.
Samen optrekken
Om dit doel te bereiken zoeken wij als ANKO de samenwerking met andere branches die met vergelijkbare problematiek te maken hebben. Daarnaast willen we waar mogelijk gezamenlijk optrekken met de MBO Raad en kappersopleidingen. Alleen door bundeling van krachten kunnen wij de impact van deze maatregelen goed onder de aandacht brengen en werken aan een werkbare oplossing voor de toekomst van het kappersonderwijs en de instroom in het kappersvak.
Onze acties
ANKO blijft zich daarom niet alleen verzetten tegen de voorgenomen verhoging van het jeugdloon, maar zet zich vooral actief in voor een structurele compensatie voor het in stand houden van BBL-opleidingsplaatsen binnen arbeidsintensieve sectoren. Om dit te realiseren hebben wij meerdere acties in gang gezet. De eerste stap is inmiddels gezet met onze formele reactie richting de Raad van State, waarin wij deze zorgen en gevolgen uitgebreid hebben toegelicht. Wij blijven hierover in gesprek met beleidsmakers en zullen de komende periode vervolgacties ondernemen om de belangen van erkende leerbedrijven en de instroom van jonge vakmensen te waarborgen.
Wordt vervolgd!
Zodra er meer concrete besluiten worden genomen door het kabinet, informeren wij jullie direct over de gevolgen voor de branche en wat dit betekent voor de cao en de praktijk. Voor nu verandert er niets aan de huidige situatie. Wij houden jullie op de hoogte.